Vandaag is hij precies twee jaar dood. De man van de overhemden, van de olijke blik, de grappen en van de onvoorwaardelijk liefde voor zijn kinderen en kleinkinderen. En van zoveel meer. Vanavond gaan we uiteraard een Duveltje op hem drinken, dat is al jaar en dag ons bier. Na zijn dood heb ik samen met mijn broer en zus zijn huis, ons ouderlijk huis, leeg gehaald. Een flinke klus waar we ruim de tijd voor hebben genomen. Alles is door onze handen gegaan. Veel is terug te vinden in onze eigen huizen en bij vrienden. Maar er is ook een garage. Met dingen die ooit nog een plek moeten krijgen. Ergens.
Afgelopen najaar heb ik zes vuilniszakken uit die garage opgehaald. Vol met stoffen en met kleding, onder andere zijn overhemden. Die droeg hij altijd. Het laatste jaar eigenlijk altijd met een trui er overheen. Bijzonder, want eerder had hij het nooit koud. Als wij vijf lagen aan hadden, liep hij nog in z’n korte mouwen rond. Die trui was misschien een teken van dat naderende einde.
Aan alle stukjes stof kleven herinneringen. Op initiatief van een vriendin ben ik samen met haar aan een project begonnen om er spreien van te maken. We hebben uitgezocht, gerangschikt en geknipt. Die lading ligt nu te wachten op de volgende fase. Tussendoor maakte ik een schort. Voor mijn jarige zus. Met de sjurtjes van mijn moeder, naast stukjes gordijn uit onze oude kinderkamer, met stukjes tafelkleed van lange avonden samen eten en drinken naast zelf gemaakte kussenhoesjes (mijn moeder maakte alles zelf) en uiteraard met een paar van de overhemden. Eentje is verwerkt tot een handige steekzak, mét als extra bonus een borstzakje.
Het was fijn om al die herinneringen opnieuw te rangschikken en weer met elkaar te verbinden. Het was rouwarbeid en ik kan het je aanraden.


p.s. op de foto (check dat overhemd) zit hij naast mijn neef Cees, ook een leuke vent. Maar ja wat wil je, familie hè.
